Opera: de Barbier van Sevilla

Opera: de Barbier van Sevilla

van Gioacchino Rossini door de Staatsopera van Tatarstan
Woensdag 13 maart 2019 – Aanvang 20.00 uur
in Theater Orpheus te Apeldoorn
Kosten € 38,75 + € 13 theaterbus, totaal € 51,75
Inschrijving is gesloten

De barbier van Sevilla is de titel van een opera buffa die vooral bekend werd door de compositie van de Italiaanse componist Gioacchino Rossini. Voordien werd er reeds een gelijknamige opera geschreven door de componist Giovanni Paisiello in 1782. Rossini schreef zijn versie in 1816, in een tijdspanne van enkele dagen, op 24-jarige leeftijd. De opera werd, uit respect voor Paisiello en om verwarring te vermijden, opgevoerd onder de titel Almaviva o sia L’inutile precauzione. Rossini was op deze jonge leeftijd al geen onbekende meer in de muziekwereld, maar het was wel deze opera die zijn naam definitief vestigde. Tot op de dag van vandaag blijft het werk een van de meest opgevoerde opera’s.
Het is het verhaal over twee mannen die strijden om de hand van de mooie Rosina. De graaf van Almaviva roept de hulp in van Figaro (de barbier) om hem in contact te brengen met de mooie Rosina zonder zijn afkomst te verraden en de argwaan te wekken van de oude dokter Bartolo, die ook een oogje op Rosina heeft. Alle plannetjes van intrigant Figaro lopen in het honderd en uiteindelijk besluiten ze Rosina te schaken. Op de valreep weet Figaro het huwelijk tussen de graaf en Rosina te bezegelen en heeft dokter Bartolo het nakijken. Eind goed al goed.

Lees verder…

Orpheus Theater Apeldoorn

Kazan, hoofdstad van Tatarstan, thuisbasis van de Staatsopera
Foto Pixabay (vrij van rechten)

 

  

Meer informatie

  

Gioacchino Rossini
Zoals bij veel beroemde componisten kreeg ook hij zijn eerste muziekonderricht van zijn vader, Giuseppe Rossini, die hoornist en trompettist was. Vervolgens ging hij in 1806 naar Bologna, waar hij studeerde aan het Liceo Musicale bij Padre Stanislao Mattei. In 1810 kreeg hij zijn eerste compositieopdracht voor een opera. In 1813 boekte hij grote successen met zijn opera’s Tancredi en L’italiana in Algeri. Twee jaar later, in 1815, toen hij verbonden was aan het Teatro San Carlo in Napels, componeerde hij naast opera seria’s ook opera buffa’s, zoals Il barbiere di Siviglia, La Cenerentola en La gazza ladra. In 1822 huwde hij met de sopraan Isabella Colbran en na de laatste opera voor zijn Italiaanse publiek geschreven te hebben, Semiramide, vertrok hij naar Londen.
In 1824 vestigde hij zich in Parijs en leidde aldaar het Théâtre Italien. Zijn laatste grote theaterstuk, Guillaume Tell, schreef hij in 1829. Vervolgens componeerde hij geestelijke werken, zoals het Stabat Mater en de Petite Messe Solennelle, cantates, liederen, kamermuziek en meer. In 1837 scheidde hij van Isabella Colbran. Vanaf 1850 kreeg hij problemen met zijn gezondheid. Rossini werd begraven op de beroemde Parijse begraafplaats Cimetière du Père-Lachaise. Op verzoek van de Italiaanse regering werden de overblijfselen in 1887 echter verplaatst naar de Basilica di Santa Croce in Florence. Op Père-Lachaise staat een lege crypte.