U bent hier: Concerten » ==> Voorgaande concerten in 2010 » KASTEELTUINFESTIVAL 2010 - Terugblik 31 juli met recensies, video's en foto's » Recensie Henk Waninge De Stentor

Recensie de Stentor

Kasteeltuin in Ruurlo vol muziek in een hoofse, ingetogen sfeer

Circa 1500 muziekliefhebbers waren zaterdag te vinden in de tuin van kasteel Ruurlo, waar het traditionele kasteelconcert - inmiddels opgeschaald tot festival - plaats vond. Ze genoten van een divers klankpalet; gypsy, folk, salsa, jazz, latin en klezmer.

door Henk Waninge

RUURLO - Altijd hachelijk, een evenement in de open lucht. Als de elementen tegen zitten zit je als organisator met de gebakken peren. Zon of regen, het scheelt een paar slokken op een borrel. Qua ambiance, toeschouwers, inkomsten, humeur. KunstKring Ruurlo kan opgelucht ademhalen. De vijftiende editie van het Kasteeltuinfestival vond onder een gelukkig gesternte plaats. Het bleef, op een paar druppeltjes in de avonduren na, droog. Vijftienhonderd mensen genoten zaterdag in de tuin van Kasteel Ruurlo van de diverse muziekgroepen die op vier podia optraden. Het kasteeltuinconcert is na veertien edities inmiddels opgeschaald tot festival. Terecht, kwantititeit en kwaliteit van de acts rechtvaardigen die kwalificatie.

Er zijn tegenwoordig veel festivals, maar er zullen er niet veel zijn met een dergelijke entourage. De nabijheid van een kasteel geeft toch een bijzondere, bijna hoofse sfeer. Een wereld van verschil met bijvoorbeeld de Zwarte Cross dat twee weken geleden een paar kilometer verderop plaatsvond. Het gebodene, jazz, folk, texmex, klezmer, gipsy, latin, fado, zou je kunnen scharen onder de noemer wereldmuziek, maar dat is niet echt een gelukkige omschrijving. Wereldmuziek is ooit bedacht door een paar platenlabels vanuit de gedachte dat alle muziek gelijkwaardig is, stelt de Nederlandse Popencyclopedie. “Een mooie gedachte maar als genre-omschrijving veel te ruim en nogal onhandelbaar. Er vallen muzieksoorten onder die nauwelijks of geen overeenkomsten met elkaar hebben.”
Hoe waar. Zo gaapt er toch een aardige kloof tussen de weemoedige joodse klezmer van de Shtetl Band Amsterdam en de lichtvoetige texmex-klanken van Diablo’s Bullets. Er is, zoals zaterdag bleek, wel een grote overeenkomst tussen al die acts: het is allemaal echte muziek, gebracht door echte muzikanten. Je zou bijna vergeten dat die nog bestaat in een tijd waarin computer en internet ons doen en laten dicteren en dus ook in de muziekwereld de dienst uitmaken.

Een van de aardigste acts was Souldada, die met enige vertraging - autopech - het festival opende. De groep rond gitarist Herman Woltman is van veel muziekmarkten thuis; met name de (eigen) nummers die in het Fries gezongen worden door de langgelokte Maeike hebben een meerwaarde. Ook de Shtetl Band kreeg de handen op elkaar. Terecht want de Amsterdammers brachten een mooie mix van majeur- en mineurklanken, die gevoelens van heimwee en melancholie opriepen.
Het festival vond plaats onder de titel ‘Temperament & Passie’. Dat veronderstelt een uitbundig, extrovert sfeertje, het was eerder ingetogen, ook het geluid had beschaafde proporties. Zoals bleek bij de leden van folkgroep Ogham die met verstilde klanken en kristalheldere zang hun liefde voor Schotland beleden en de Dutch Folk Collective, de groep rond violiste Monique Lansdorp, waarbij zangeres Rolinda Kross zich onderscheidde door de fraaie wijze waarop zij Jiddische en Sefardische liederen voor het voetlicht bracht.
Ook binnen in de Oranjerie zorgde het Gipsy Swing Quartet met gypsy jazz (in de geest van Django Reinhardt en Stéfane Grappelli) voor een rustige, ontspannen ambiance maar bij jazzkwartet de Beets Brothers spatte bij tijd en wijle het vuur er van af. Met name sommige pianosoli van Peter Beets zorgden voor groot enthousiasme. En hoe je mensen tot dansen beweegt bewees een Zwitserse vriendin van de Dutch Folk Collective, die door het publiek liep, er gewoon mensen uitpikte en volgens het zwaan-kleef-aan-principe achter zich aan wist te krijgen.


Ga naar startpagina